Zwolse Atletiek Vereniging P.E.C. 1910 Prins Hendrik Ende desespereert niet Combinatie
Meld u nu aan voor de nieuwsbrief
U ontvangt een email met hierin een link om de aanmelding te bevestigen. In de nieuwsbrief email staat ook altijd een link waarmee u zich weer af kunt melden.
Hoogspringen is een atletiekonderdeel, waarbij het de bedoeling is over een tussen twee staanders bevestigde lat te springen. Deze lat wordt steeds hoger geplaatst, en de winnaar is de persoon die over de hoogst gelegde lat gesprongen is.
Hoogspringen maakt ook onderdeel uit van de vijfkamp, zevenkamp en de tienkamp.
Iemand blijft in de wedstrijd totdat drie opeenvolgende sprongen mislukt zijn, die niet noodzakelijkerwijs dezelfde hoogte betroffen. De te springen hoogten worden voor aanvang van de wedstrijd vastgelegd en ieder beslist zelf op welke hoogten pogingen gewaagd worden. De vastgelegde hoogten verschillen meestal 5 cm, bij grote wedstrijden eerst 5 cm en dan 3 cm of 2 cm, bij meerkampen voor de senioren (20-35 jaar) is 3 cm verplicht. De laatst overgeblevene mag om elke hoogte vragen.
Springers (m/v) hoeven zich maar aan enkele regels te houden: er moet met één been afgezet worden (kinderen kunnen daar moeite mee hebben), een poging mag afgebroken worden als de grond of de matras voorbij de staanders niet aangeraakt is, en er zijn regels voor hoe lang een poging mag duren (bij grote wedstrijden geeft een terugtellende klok de resterende tijd aan). Toen door Russische springers in de jaren vijftig records werden gesprongen met behulp van zeer verdikte zolen, is de maximale dikte van de zool vastgelegd. Deze bedraagt bij de voorvoet 13 mm en bij de hiel 19 mm (bij verspringen geldt hetzelfde).
Gelijk eindigen
Bij het hoogspringen (en polsstokhoogspringen) komt het vrij vaak voor dat verschillende atleten dezelfde eindhoogte halen. De volgorde wordt dan bepaald met een aantal slechts voor kenners doorzichtige regels.
- De eerste regel is dat wordt gekeken naar het aantal foutsprongen op de gesprongen hoogte. Stel dat vijf vrouwen 2,01 sprongen, waarvan twee het in de eerste poging haalden, twee in de tweede en eentje in de derde, dan krijgen in die volgorde twee springsters plaats 1 toebedeeld, twee plaats 3 en eentje plaats 5.
- Met een tweede regel wordt verder onderscheid aangebracht. Daarvoor wordt gekeken naar het totale aantal foutsprongen in de hele wedstrijd; minder foutsprongen tellen dan natuurlijk als beter. Als dit geen uitsluitsel geeft, wordt men op dezelfde plaats gezet, in het voorbeeld zou dat betekenen dat twee bronzen plakken worden uitgereikt.
Gaat het echter om de eerste plaats dan wordt, althans bij grote wedstrijden, een barrage gesprongen. Eerst krijgen alle kandidaten voor de eerste plaats een extra poging op de laatste hoogte waarop ze allemaal gesprongen hebben, dat kan bijvoorbeeld 2,03 geweest zijn. Wie dat niet haalt valt af, tenzij iedereen het niet haalt. Haalt eentje de barragehoogte wel, dan is de kampioen bekend en de anderen krijgen zilver. Maar halen meerdere atleten die hoogte, dan gaat de lat weer 2 cm hoger en krijgt men daarop één poging; haalt echter niemand het dan gaat de lat 2 cm naar beneden voor één poging. Enzovoort, de lat gaat telkens 2 cm omhoog als meerderen het halen of 2 cm naar beneden als meerderen missen. Het is daardoor mogelijk dat uiteindelijk de beslissing valt op een heel andere hoogte dan wat het eind van de wedstrijd leek. Een enigszins absurd voorbeeld: twee springsters halen in de barragepoging 2,03, vervolgens halen ze beiden de barragehoogtes van 2,05 en 2,07 en evenaren ze beiden het wereldrecord van 2,09, op 2,11 falen ze echter. Dan moet weer 2,09 geprobeerd worden, maar ze zijn moe en falen, zo ook op 2,07, 2,05, 2,03 en 2,01. Uiteindelijk op 1,99 haalt eentje het wel en de andere niet, waarmee goud bekend is. In de uitslag komt de hoogst behaalde hoogte te staan van wedstrijd plus barrage en de wereldrecordhoogte is dus geldig, ook al sprong men in de gewone wedstrijd slechts 2,01 en viel de beslissing op 1,99.
Materiaal
De 4 meter lange lat is meestal van glasvezel of iets dergelijks gemaakt, rond, met platte uiteinden. Driehoekige latten mogen niet meer, omdat ze blessures kunnen veroorzaken en metalen latten mogen niet meer, omdat ze krom kunnen worden, waarna het vaststellen van de spronghoogte niet meer goed mogelijk is. De uitvoering van de staanders is vrij; alleen de plateautjes waar de lat opgelegd wordt, moeten aan regels voldoen.
Voor alle atletieknummers is speciaal schoeisel ontwikkeld. De spikes die bij hoogspringen worden gebruikt, geven veel steun aan de voet om de enorme krachten bij de afzet te helpen te weerstaan.
Bij het hoogspringen zijn veel verschillende sprongtechnieken ontwikkeld. De springers en trainers zochten naar manieren om het zwaartepunt zo laag mogelijk over de lat te laten gaan, waarna toch nog veilig geland kon worden. Er werd namelijk geland in een zandbak, waarin soms een berg zand of zaagsel de klap van de landing wat verzachtte. De eenvoudige Schotse sprong is al gauw vervangen door de gunstigere zijrol en schaarsprong, waarna de rolsprong in zwang kwam. Bij deze techniek is het volgens de biomechanica mogelijk dat het zwaartepunt onder de lat doorgaat, terwijl toch de springer eroverheen gaat. De landing van de rolsprong was slecht controleerbaar en dat leidde tot het invoeren van grote schuimplastic landingsmatrassen. Die maakten de weg vrij voor de fosburyflop, waarbij op de rug wordt geland.